Zwerven over Zuidereiland 2012
10 januari 2013 - Picton, Nieuw-Zeeland
Na rustige kerstdagen met picknicken op het strand en shoppen in Quake city op tweede kerstdag vertrekken we donderdag naar Kaikoura.
Kaikoura (Maori voor crayfish, een kreeft) is een toeristische plaats, bekend om de Maori cultuur, walvissen, dolfijnen, pelsrobben en albatrossen. Het is hoogseizoen en erg moeilijk om een kamer te vinden.
We zijn neergestreken in een “backpackers” en hebben de laatste twinroom bemachtigd. De “ twin” blijkt uit een stapelbed te bestaan, geplaatst in een klein kamertje. Lang vergeten herinneringen aan schoolkampen steken de kop op…. 1 nacht op deze manier is wel genoeg. De eigenaar, Ben, is erg behulpzaam, de sfeer is prettig en voor een backpackers zijn er goede faciliteiten.
We wandelen over de klif, langs de kustweg, met uitkijkpunten over de baai en rotskust. De terugweg lopen we langs de waterlijn. Op de rotsen liggen de pelsrobben te dutten, er zijn meeuwenkolonies en in het water liggen boeien waaraan de kooien hangen om crayfish te vangen. In de baai zien we 4 duikers die een harpoen bij zich hebben. De duikers zijn zo vriendelijk een helpend handje toe te steken als we over rotsen moeten klauteren die al onder water staan i.v.m. de vloed. Hun vangst blijkt uit enkele grote vissen te bestaan die ze botervissen noemen. De vissen worden op het strand schoon gemaakt, tot grote vreugde van de aanwezige meeuwen.
Op de weg naar onze “backpacker” stoppen we bij een kiosk (caravan) waar crayfish klaar gemaakt wordt en een kwartiertje later genieten we van de plaatselijke specialiteit en een gemberbier.
Ondanks meerdere pogingen van Ben om te boeken, is er geen plaats op de boten om walvissen en dolfijnen te spotten en de excursie langs de historische Maori plaatsen blijkt ook volgeboekt. Pech……dus plan B…potvissen bekijken vanuit de lucht. In het vliegtuigje de volgende dag om 2 uur blijkt nog plaats. De piloot, John, geeft eerst uitleg; 8 km voor de kust van Kaikura is er een diep kloof in de zeebodem (800m). Potvissen duiken hier naar voedsel. Terwijl hij uitleg geeft, kijkt John op zijn horloge en geeft aan dat we “ nu” vertrekken omdat potvissen beesten “van de klok” zijn. Ze duiken namelijk 45 min en komen 10 – 15 min boven om adem te halen. Daar zetten piloten en schippers de klok op gelijk nadat er een walvis gespot is. Wij hebben geluk, binnen 10 minuten zien we een potvis vanuit de lucht…… bijzonder. De rest van onze vliegtijd krijgen we een bonusvlucht over het schiereiland en de heuvels.
Dezelfde middag rijden we verder langs de kust naar het noorden. Ons plan is om de noordoost kant van het zuidereiland te bezichtigen tussen kerst en oudjaar. Hier bevinden zich de wijngebieden en een mooi heuvelachtig binnenland. We rijden over een goed begaanbare weg. Uiteindelijk willen we oudjaarsdag in de thermale baden van Hanmer liggen voordat we doorrijden naar Christchurch om oud en nieuw te vieren.
We vertrekken uit Kaikoura en het weer verandert d.w.z. we zien verdronken wijngaarden. Helder groene afgewisseld met gele vlakken tegen heuvels, mooi maar erg nat en daar kan onze camera niet tegen.
De eerste twee stadjes die we tegenkomen spreken ons niet aan…..dus we rijden door erop vertrouwend dat we verderop wel een plek vinden. Zo belanden we in het dorpshotel van Havelock, een klein gezellig uitziend dorp. Even opgelucht ademhalen, het is tenslotte hoogseizoen en we zijn meer dan eens gewaarschuwd.
Het hotel is het oudste gebouw van Havelock en omstreken (eind 19e eeuw) en ademt ook die sfeer. Het is gezellig en na een bord pasta met verse zeevruchten gaan we naar bed.
De volgende dag vertrekken we uit Havelock……het regent weer. Als we aankomen in Nelson, een welvarend, modern stadje, is het droog en de zon breekt door. Aan de rand van Nelson rijden we over een kustweg langs prachtige stranden. Een mooie gelegenheid om de rit te onderbreken voor een duik in de golven.
We rijden door heuvelachtig gebied met op de hellingen donkere productiebossen. Op de weilanden grazen schapen, koeien en herten. Deze herten leven dus niet in de bossen maar worden gehouden voor hun vlees en hun gewei (export naar China voor vruchtbaarheid verhogende middeltjes). Een enkele keer wordt het productiebos afgewisseld met oorspronkelijk oerwoud dat een eeuw geleden aan de houthakkersbijl ontsnapt is. De hierbij behorende brug is te zien in de nieuwste film van de maker van Lord of the Ring, “de Hobbit”.
Al met al lijkt het geheel erg veel op de omgeving van het Duitse Schwarzwald, inclusief het weer. We komen aan in Murchison, waar we dit keer wel een kamer besproken hebben. We worden begroet door Christine, een jongedame afkomstig uit, hoe kan het anders, Erfurt (Thuringen).
Rijdend door de verschillende dorpjes valt ons op dat bij elke dorpsrand aangegeven staat waar de openbare toiletten zich bevinden. Deze zijn schoon en vrij toegankelijk. Ook bij de beschrijvingen van wandelingen staan de plaatsen van de toiletten aangegeven. Wel gemakkelijk, je raakt eraan gewend. Nu nog aangeven waar de benzinestations zich bevinden….
Het landschap verandert van productiebos in uitgestrekte velden tot aan Hanmer. We vinden de laatste kamer die nog vrij is in Hanmer en kijken voor het eerst sinds maanden weer een film op tv (grootbeeld van meer dan 1 meter) terwijl jet buiten plenst. De volgende dag staat de zon hoog aan de hemel….heerlijk weer voor een gezond bad.
In het begin van de avond komen we in Christchurch aan. Na een heerlijk diner, door Erika en Marco verzorgd, gaan we naar het park waar een swingend optreden is van een Ierse band a la the Dubliners en een “ cover” band. Al swingend luiden we het nieuwe jaar in….wat een belevenis.
Nog een dagje en we nemen afscheid van onze vrienden waarna we vertrekken in zuid-westelijke richting naar fjordland.

Groeten Léon.
Geniet lekker verder.
Lieve groet, Mama